Te Snel

Nu en dan zien we in het Bos sporen van jagende dieren. Een hoopje pluimen waar de sperwer een tortelduif heeft weten te pakken bijvoorbeeld. Zelden zien we het jagen in actie. Tot vandaag…

Het filmpje van de wildcamera hieronder spreekt voor zich. De vos had eventjes hoop om een middagmaal te pakken te krijgen, maar de eekhoorn schiet heel ruim op de tijd het struikgewas in. De vos kijkt nog even rond en krijgt dan de camera in het oog. Maar dat stoort hem helemaal niet.

De vossen zien we niet zoveel tijdens de dag en het jachtmoment is natuurlijk een nog unieker beeld.

 

Zeldzame vlinder op bezoek

Vandaag kwam een zeldzame vlinder langs in het Bos : de keizersmantel (Argynnis paphia). Niet alleen zeldzaam in het Bos (het is de eerste keer dat we hem waarnemen) maar toch ook wel zeldzaam in België. Daarvoor baseren we ons op de excellente waarnemingen.be website die alle natuur waarnemingen in België groepeert.

De keizersmantel is toch wel een vrij grote vlinder. Hij kan een vleugellengte tot 3,5 cm bereiken. Hij voedt zich vooral met nectar van distels en koninginnekruid, soorten die in het Bos wel redelijk aanwezig zijn. De rupsen leven dan weer van viooltjes. De soort overwintert trouwens als rups in mos op boomstammen dicht bij groepjes viooltjes. In de lente kruipen ze dan naar de plantjes toe om te beginnen eten. De vlinder vliegt tussen midden juni en midden september.

In het Frans heet de soort trouwens ‘Le Tabac d’Espagne’, een toch wel vreemde naam. De Latijnse naam heeft Aphrodite als oorsprong : Argynnus is een aanspreektitel van Aphrodite, en Paphia of Paphos is de plaats waar Aphrodite, na haar geboorte in de golven, aan land ging.

We zullen onze ogen openhouden om te zien of hij in de toekomst nog eens wil langskomen.

Een keizersmantel op bezoek.

Spechtennestje

Niet ver van de houtberging staat een dode, afgekraakte berk waar dit jaar een koppel grote bonte spechten (Dendrocopus major) is komen broeden. Het nestje is door het mannetje uitgehouwen ergens in de winter, maar we hebben het pas ontdekt door het constante getjirp van de jongen. En het duurt niet lang om het aan en af vliegen van de ouders te ontdekken. Ze houden je echter goed in de gaten en vliegen pas naar het nest als je ver genoeg verwijderd bent.

In het begin kropen de ouders helemaal in het nest maar met het groter worden van de jongen bleven ze daarna buiten zitten en gaven zo het voedsel door. De video hieronder is een montage van de aan en afvliegende ouders die de jongen voederen. Zowel het mannetje als het vrouwtje doen dit. Het mannetje herken je aan de rode vlek achteraan op de kop. We zien achtereenvolgens het vrouwtje, het mannetje en nog twee keer het vrouwtje aanvliegen met eten. Duidelijk is ook het constante getjirp van de kleintjes te horen. De ouders zijn bijna heel de tijd in de weer. Dit houden ze een drie tot viertal weken vol.

Een weekje later kwamen de jongen soms al wat naar buiten piepen. Dat zie je op de foto hieronder. Je herkent de jongen aan de rode vlekt op het voorhoofd. Volwassen dieren hebben dit niet meer.

Eén van de jongen durft al eens naar buiten piepen.

Uilenjongen uitgekomen

Toen we een paar weken geleden de uilenkast inspecteerden vonden we er, zoals eerder beschreven, een wijfje dat 4 eieren aan het uitbroeden was. Vandaag zijn we gaan kijken of ze allemaal zijn uitgekomen. En jawel, in de kast zaten 4 stevige jongen. De moeder was al niet meer aanwezig. Van zodra de jongen wat groter worden laat het wijfje ze achter. Dan blijven de jongen nog een tijdje onder elkaar en trekken dan de kast uit, nog voor ze goed en wel kunnen vliegen. Ze klimmen dan langs de takken van de bomen omhoog.

Maar nu waren ze dus alle vier nog aanwezig. De jongen wegen tussen 310 en 385 gram met vleugellengtes tussen 138 en 160 mm. De eieren komen immers niet allemaal tegelijk uit maar zowat om de andere dag. Zo vind je altijd grotere en kleinere uiltjes in hetzelfde nest.

De vier bolletjes dons bijeen
Zijn ze niet schattig…

Uilenfamilie

Vandaag was het terug tijd om onze uilenkast te inspecteren. Die hangt al vele jaren in het Bos en we proberen ieder jaar te kijken of hij ingenomen wordt en of er jongen zijn. Ze is gemaakt voor de bosuil (Strix aluco).

Dit jaar vinden we zowel het mannetje als het vrouwtje samen in de kast met maar liefst 4 eieren. Het is vrij zeldzaam dat beide ouders in de kast zitten. Voor ons alleszins de eerste keer.

Vader en moeder uil worden voorzichtig opgemeten. Moeder uil weegt een forse 580 gram en heeft een vleugellengte van 285 mm. Aan de pennen te zien is ze ouder dan 3 jaar.
Vader uil weegt 422 gram en heeft een vleugellengte van 276 mm. Hij is ouder dan een jaar maar nog geen 3. Mannetjes uilen zijn steeds kleiner dan de vrouwtjes.

Na het opmeten en ringen zetten we het vrouwtje terug om verder te broeden. Met twee volwassenen in de kast is het wat rumoeriger en de kans dat het vrouwtje dan niet zo lang blijft zitten is groter, dus laten we het mannetje uitvliegen. Binnen enkele weken gaan we nog eens nakijken of de vier eitjes goed uitgekomen zijn. Intussen gaven de ouders ons een paar mooie kiekjes!

Moeder en vader uil samen op de foto.
Moeder uil wordt gemeten en gewogen.

De Hazelworm

Toen we voor het eerst een hazelworm (Anguis fragilis) in het bos aantroffen dachten we dat het een slang was. Helemaal niet vreemd natuurlijk, want hij ziet er ook zo uit. Maar de hazelworm behoort helemaal niet tot de slangen. Het is eigenlijk een hagedis zonder poten! Je kunt hem onderscheiden van de slangen doordat hij oogleden heeft en dus kan knipperen met z’n ogen.

Hazelwormen eten vooral slakken en wormen en je vindt ze dus dikwijls in lang gras waar ze goed kunnen schuilen en jagen. Ze worden ook erg oud. In het wild soms wel 30 jaar! Het duurt 4 tot 5 jaar voor ze volwassen zijn en bereiken en lengte van ongeveer 45 cm.

Hieronder zie je onze allereerste ontmoeting, in 2007, met de hazelworm. Het was een volwassen dier en veruit de grootste die we ooit tegenkwamen. Z’n kop zit hier verborgen in het gras.

Vervolgens een wat kleiner exemplaar uit 2011 op een paar grote handschoenen om de schaal weer te geven.

Vandaag tenslotte een heel klein jong tegengekomen, nog geen vinger lang maar een perfect kopietje van het volwassen dier.

Kijk mama, ondersteboven

De Europese rode eekhoorn (Sciurus vulgaris) wordt nogal eens gespot in het Bos. We zien ze nu en dan door de takken van een boom flitsen, of, op de wildcamera, zoeken naar eten op de grond. Ze zijn bijna altijd in de weer. Lopen, springen, klimmen. Zeker als ze je horen of zien aankomen.

Vandaag was er eentje die het over een andere boeg gooide : het bleef muisstil in de boom hangen. Vermits eekhoorns altijd met de kop naar beneden afdalen uit een boom bleef hij daar maar ondersteboven hangen. Waarschijnlijk dacht hij dat ik hem niet meer zou zien als hij stil bleef. Een taktiek die veel dieren maar ook mensen gebruiken. Een ree bijvoorbeeld ziet heel goed beweging maar hij herkent stilstaande dingen niet zo goed.

Die ondersteboven-eekhoorn leverde alvast een mooi plaatje op. Even later was het wel terug klimmen en springen van tak tot tak.

“Ondersteboven stil blijven hangen. Dan zien ze me niet”

Dagpauwoog

Veel mensen kennen deze mooie dagvlinder wel. De felle ‘ogen’ op de vleugels zie je van ver. Ze worden gebruikt om mogelijke belagers af te schrikken. Als de vleugels open zijn lijken de vier vlekken op de ogen van een groot dier.
Deze vlinders overwinteren als vlinder en daarom zie je ze vrij vroeg op het jaar al rond fladderen.

De bontgekleurde Dagpauwoog (Aglais io). Dit exemplaar mist een stukje van zijn linker achtervleugel.
Vanuit deze hoek herken je goed een ‘gezicht’ in de vleugeltekening.

In tegenstelling tot de kleurige vlinder ziet de rups er een stuk minder aantrekkelijk uit. Gitzwart met witte stipjes en stekels over het hele lichaam. Je vindt ze vooral terug op de grote brandnetel, hun favoriete voer. Daar hebben ze niet veel concurrentie vanwege de brandharen van de netel. Ze kunnen enorm veel eten en doen dat dan ook dikwijls dag en nacht.

De gitzwarte, stekelige rups van de Dagpauwoog.


Wat een metamorphose van zo’n zwart stekelig diertje naar een bont gekleurde sierlijke vlinder.

Bloedend hout

In het Bos moeten natuurlijk nu en dan bomen geruimd worden. Omgevallen bomen, gevaarlijk hellende bomen enzovoort. Nu en dan dunnen we hier en daar ook wat uit. Zo geven we de bomen meer ruimte om te groeien en zich beter te vertakken.

Deze week hebben we een grauwe els moeten ruimen. Zowel de zwarte els (Alnus glutinosa) als de grauwe els (ook wel witte els, Alnus incana) komen in het bos voor maar helemaal niet talrijk. Heel zelden dus dat we er in moeten zagen. Het unieke aan dit hout is dat het heel snel na het zagen diep oranjerood begint te verkleuren. Dat wordt ook wel het bloeden van de boom genoemd. Het geeft alleszins een uniek en mooi beeld. In de foto hieronder zie je ook de talrijke scheutjes die al aan het opkomen zijn. Plaats voor nieuw leven.

Oranje verkleurend Elzenhout

Orchideeën in het Bos

Iedereen kent ‘orchideeën’ wel als de exotische planten met prachtige grote, kleurrijke en speciaal gevormde bloemen. In onze streken komen echter ook orchideeën van nature voor. In het Bos hebben we ook het geluk om een orchideeënsoort aan te treffen : de brede wespenorchis (Epipactis helleborine subsp. helleborine). De naam van de orchidee komt voort uit het feit dat hij volledig afhankelijk is van de wespen voor z’n bestuiving.

Orchideeën leven in symbiose met een schimmel op de wortels die de orchidee voedingsstoffen aanlevert. Die symbiose is bij o.a. de wespenorchis cruciaal bij het kiemen van de planten. Sommige volwassen exemplaren van de plant hebben heel bleke, nagenoeg witte bladeren. Zij kunnen het zonder chlorofiel stellen omdat ze nagenoeg alle voedingsstoffen via de schimmel verkrijgen.

Een mooie volle tros van bloemen van de Brede Wespenorchis
De duidelijk te herkennen ’typische’ orchideeën vorm van de bloem.